Eiser werkte als zelfstandig consulent en statutair bestuurder voor de rechtsvoorganger van gedaagde sub 2 in Polen. Na beëindiging van de relatie via een vaststellingsovereenkomst (VSO) met een geheimhoudings- en reputatieclausule, vordert eiser in kort geding onder meer het verbod op negatieve uitlatingen en schadevergoeding wegens vermeende schending van die clausule.
De rechtbank stelt vast dat de zaak een internationaal karakter heeft en dat de Nederlandse rechter bevoegd is. Het toepasselijke recht is Pools, omdat de schade zich in Polen voordoet en de VSO Pools recht voorschrijft. Eiser heeft echter nagelaten zijn stelplicht te vervullen door het toepasselijke Pools recht niet te onderbouwen, ondanks een memorandum van gedaagde sub 2.
Hierdoor komt de voorzieningenrechter niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de vorderingen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van beide gedaagden.