In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van openstaande abonnementskosten, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van gedaagde op grond van een tussen partijen gesloten serviceovereenkomst. Gedaagde betwist de totstandkoming van de overeenkomst en de authenticiteit van zijn elektronische handtekening, alsmede de opzegging van de overeenkomst.
De kantonrechter stelt vast dat partijen daadwerkelijk een serviceovereenkomst zijn aangegaan, waarbij gedaagde jaarlijks abonnementskosten verschuldigd is. De elektronische handtekening onder de overeenkomst is authentiek, zoals blijkt uit het ondertekeningsverzoek. Hoewel gedaagde stelt dat zijn wil niet overeenkwam met zijn verklaring, mocht eiseres op grond van gerechtvaardigd vertrouwen op de verklaring van gedaagde vertrouwen.
De Algemene Voorwaarden zijn van toepassing en vernietigbaarheidsgronden zijn niet aannemelijk gemaakt. De opzegging door gedaagde is niet rechtsgeldig omdat deze niet schriftelijk is geschied. De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf de vervaldatum van de facturen en de buitengerechtelijke incassokosten worden conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het totale bedrag van € 1.512,22, vermeerderd met wettelijke handelsrente, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.