Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- de vordering en standpunten van officier van justitie, mr. M.S. Martherus-Meijers;
- wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Dogan, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht;
- wat benadeelde partij [benadeelde] en haar raadsvrouw, mr. C.H. Dijkstra, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- bestond uit één rijbaan;
- op de plaats van het verkeersongeval een nagenoeg recht wegverloop had;
- was verdeeld in 2 rijstroken voor tegengesteld verkeer, die onderling gescheiden werden door middel van onderbroken streep. Ter hoogte van het verkeersongeval was een middenberm geplaatst tussen de twee rijstroken ten behoeve van overstekende weggebruikers.
- aan beiden zijdes van de rijbaan was voorzien van een vrij liggend fietspad en een trottoir, welke waren gescheiden van de rijbaan door middel van een grasberm. Ter hoogte van het verkeersongeval was de grasberm onderbroken ten behoeve van overstekende weggebruikers.
- ter hoogte van het verkeersongeval was voorzien van kanalisatiestrepen dwars op de rijbaan, ten behoeve van overstekende weggebruikers.
matevan schuld overweegt de rechtbank het volgende.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 6 maanden;
3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 jarenvast;
- ontzegt verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 jaren; - bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd en ingehouden is geweest;
- verklaart [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.