ECLI:NL:RBMNE:2024:5762

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 september 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
UTR 24/4505
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding bij intrekking beroep wegens tijdige besluitvorming kinderopvangtoeslag

Verzoekster diende op 28 juni 2024 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder nam alsnog op 22 juli 2024 een besluit op de aanvraag, waarna verzoekster haar beroep introk en een vergoeding voor proceskosten vroeg. Verweerder reageerde niet op dit verzoek, maar erkende in een eerder ingediend verweerschrift dat verzoekster in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding.

De rechtbank beoordeelde het verzoek zonder zitting, gelet op de beschikbare informatie. Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift tegemoet is gekomen. De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 218,75, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte aard van het geschil.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- rechtstreeks op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb door verweerder moet worden vergoed, maar dat verzoekster zich hiervoor rechtstreeks tot verweerder moet wenden. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskostenvergoeding van € 218,75.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 218,75 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4505

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] (België), verzoekster

(gemachtigde: mr. J. de Back),
en

Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 28 juni 2024 omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft op 22 juli 2024 alsnog een besluit genomen op de aanvraag van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. Verweerder heeft wel op 17 juli 2024 een verweerschrift naar aanleiding van het beroep niet tijdig beslissen ingediend, waarin verweerder aangeeft dat verzoekster in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 218,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,25). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,25 toegepast.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75 aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 september 2024.
(De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen).
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.