Jamin Groothandel B.V. kocht in 2023 een grote hoeveelheid energiedrankblikken van [bedrijf] B.V., waarvan [gedaagde] indirect bestuurder en aandeelhouder was. Na het uit de handel nemen van de blikken wegens niet-naleving van wetgeving, werd overeengekomen dat [bedrijf] de resterende voorraad zou overnemen voor €62,36 per tray. [bedrijf] haalde de voorraad op 20 oktober 2023 op, maar betaalde de factuur van €49.347,95 niet.
Jamin stelde [gedaagde] persoonlijk aansprakelijk als indirect bestuurder wegens onrechtmatige daad. De rechtbank verwierp het verweer dat betaling afhankelijk was van ontvangst van betaling door een afnemer, omdat hiervoor geen bewijs was en de factuur een betalingstermijn van 0 dagen vermeldde.
De rechtbank oordeelde dat het Beklamelcriterium niet was vervuld, maar dat [gedaagde] persoonlijk ernstig verwijtbaar handelde door de vennootschap op 6 november 2023 via turboliquidatie op te heffen, nog voordat de betalingsverplichting was nagekomen. Ook was de stelling van een malafide afnemer ongeloofwaardig en onvoldoende onderbouwd.
[gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, wettelijke rente vanaf 16 januari 2024, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.