ECLI:NL:RBMNE:2024:5782

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 oktober 2024
Publicatiedatum
9 oktober 2024
Zaaknummer
16-237150-24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis minderjarige wegens ontbreken passende woonplek

Op 1 augustus 2024 is tegen de minderjarige verdachte een bevel tot gevangenhouding verleend, met verlenging op 5 september 2024. De officier van justitie vorderde opnieuw verlenging, maar de rechtbank constateerde dat de voorlopige hechtenis ondanks de ernstige verdenking en bezwaren geschorst kan worden vanwege uitzonderlijke persoonlijke belangen van de minderjarige.

De minderjarige zit sinds 24 juli 2024 in voorlopige hechtenis, maar er is geen passende woonplek gevonden door de betrokken overheidsinstanties. De rechtbank uitte haar zorgen over het gebrek aan concrete resultaten ondanks veel overleg en stelde dat dit strijdig is met de rechten en belangen van de minderjarige.

De rechtbank besloot daarom de voorlopige hechtenis te schorsen met ingang van 9 oktober 2024, onder strikte voorwaarden waaronder medewerking aan identificatie, meldplicht bij reclassering en verblijf op een huisvestingslocatie van een instelling. De termijn van het bevel tot gevangenhouding werd verlengd met 30 dagen, maar de voorlopige hechtenis wordt onder deze voorwaarden geschorst.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van de minderjarige wordt geschorst onder strikte voorwaarden vanwege het ontbreken van een passende woonplek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
parketnummer : 16-237150-24
bevel verlenging gevangenhouding met bevel schorsing van de raadkamer d.d. 03 oktober 2024
(artikel 66 en Pro 80 Wetboek van Strafvordering, jeugdstrafrecht)
in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [2007] te [geboorteplaats] (Syrië),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] , [woonplaats] ,
nu gedetineerd in [verblijfplaats] .
Raadsman mr. F. Visser.

Procedure

Op 01 augustus 2024 is tegen de verdachte een bevel tot gevangenhouding verleend, waarvan de termijn verlengd is op 05 september 2024.
De officier van justitie heeft verlenging van de geldigheidsduur van dit bevel gevorderd voor de duur van 30 dagen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte, de raadsman, [instelling] en de jeugdreclassering gehoord.
De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.

Beoordeling

Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de gronden als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot gevangenhouding van de verdachte hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan.
Weliswaar ligt de geschokte rechtsorde ten grondslag aan de voorlopige hechtenis, maar de uitzonderlijke zwaarwegende persoonlijke belangen van verdachte geven aanleiding om de voorlopige hechtenis te schorsen.
Hierbij is van belang dat verdachte, een minderjarige zonder verdere justitiële documentatie, sinds 24 juli 2024 in voorlopige hechtenis zit. Het cruciale punt is op dit moment dat er nog steeds geen passende woonplek voor deze minderjarige is gevonden. Er is een patstelling ontstaan (tussen de organisaties). De rechtbank heeft in haar vorige beslissing van 5 september jl. al opgemerkt dat het van groot belang is dat er door de betreffende overheidsinstanties zoveel mogelijk spoed wordt betracht. Op de zitting van 3 oktober jl. is besproken wat er in de tussentijd is gebeurd. Het heeft de rechtbank verbaasd en zij heeft haar zorgen daarover geuit, dat er veel overleg heeft plaatsgevonden, maar dat er nagenoeg geen resultaat is bereikt: concreet zicht op een passende woonplek is er nog altijd niet. De rechtbank vindt dit zorgelijk en in strijd met de rechten en belangen van deze minderjarige. Daarom zal zij besluiten tot schorsing van deze minderjarige onder de hierna op te nemen voorwaarden
met ingang van 9 oktober 2024 om 12:00 uur. Mocht er in de tussentijd een concreet plan zijn (en/of een andere woonplek), dan kan er altijd om wijziging van deze voorwaarden worden verzocht.
De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a, 78 en 80 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van
30 (dertig) dagen.
bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een justitiële jeugdinrichting in Nederland.
schorst de voorlopige hechtenis met ingang van woensdag 09 oktober 2024 te 12:00 uur, onder de volgende voorwaarden.
1. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.
2. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.
3. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.
4. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.
5. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie.
6. De verdachte zal bij wijziging van zijn adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie.
7. De verdachte zal bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op de terechtzitting aanwezig zijn.
8. De verdachte zal zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de schorsing melden bij Reclassering Nederland op het adres Zwarte Woud 2, 3524 SJ Utrecht. De
verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
9. De verdachte zal na het ingaan van de schorsing gaan wonen op de huisvestingslocatie van [instelling] aan [adres] te [plaats] , tenzij [instelling] een andere (geschikte) locatie voor verdachte heeft.
10. De verdachte zal zich houden aan de huisregels en aanwijzingen van medewerkers van [instelling] en de reclassering, zolang verdachte op de hier bovengenoemde locatie verblijft.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 03 oktober 2024 door:
mr. A.J. Reitsma, voorzitter, kinderrechter,
mr. A.M. Loots en mr. M.J. Terstegge, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van B. Schelling, griffier.