Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:5804

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
10 oktober 2024
Zaaknummer
C16/580929 / KG ZA 24-451
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:12 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toevertrouwing kinderen aan moeder met eenhoofdig gezag

In deze kortgedingprocedure vordert de moeder de toevertrouwing van haar twee minderjarige kinderen, die feitelijk bij haar wonen en waarvoor zij eenhoofdig gezag heeft. De vader, met wie zij een relatie heeft gehad, heeft geen gezag over de kinderen.

Partijen hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de omgangsregeling, waarbij de kinderen iedere zaterdag van 10.00 tot 20.00 uur bij de vader verblijven. De moeder vraagt de voorzieningenrechter deze afspraken vast te leggen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat toevertrouwing niet nodig is omdat de moeder het gezag heeft en de kinderen volgens de wet de woonplaats van de ouder met gezag volgen. De vader heeft geen gezag, noch is er sprake van gezamenlijk gezag. De afgesproken omgangsregeling wordt dan ook bekrachtigd en partijen worden veroordeeld tot nakoming hiervan. Iedere partij draagt zijn eigen proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toevertrouwing aan de moeder wordt afgewezen en de omgangsregeling wordt vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Familierecht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/580929 / KG ZA 24-451
Vonnis in kort geding van 11 oktober 2024
in de zaak van
[eiseres],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. D.M.A. Bahadori-Al Dulaimi,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. J. van Andel.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de betekende dagvaarding van 18 september 2024 met producties;
- de brief van 30 september 2024 met een (gedeeltelijke) intrekking eis;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie (tegenvordering).
1.2.
Op 26 september 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De mondelinge behandeling is verplaatst naar 8 oktober 2024 om de vader in de gelegenheid te stellen om een advocaat te vinden. Op 8 oktober 2024 waren partijen aanwezig met hun advocaten en de heer J. Ankomah als tolk.

2.Waar deze procedure over gaat

2.1.
Partijen hebben een relatie gehad. Zij hebben samen twee minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] .
2.2.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.3.
De kinderen komen niet voor in het gezagsregister. Volgens de BRP staan zij vanaf hun geboorte in familierechtelijke betrekking tot de vader.
2.4.
Partijen hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt. Zij hebben afgesproken dat de kinderen aan de moeder worden toevertrouwd en dat de kinderen iedere zaterdag van 10.00 uur tot 20.00 uur bij de vader verblijven met als plaats van overdracht [locatie] .
2.5.
Partijen hebben hun oorspronkelijke vorderingen gewijzigd en vragen de voorzieningenrechter de gemaakte afspraken vast te leggen in dit vonnis.

3.De beoordeling

Toevertrouwing niet nodig omdat de moeder alleen het gezag heeft
3.1.
De voorzieningenrechter wijst de vordering tot toevertrouwing af omdat zij het toevertrouwen van de kinderen aan de moeder niet nodig acht. De moeder heeft namelijk naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter alleen het gezag over de kinderen. Kinderen volgen op grond van de wet de woonplaats van de ouder met gezag (artikel 1:12 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek), in dit geval dus de woonplaats van de moeder. Feitelijk wonen de kinderen ook bij de moeder en dat staat tussen partijen niet ter discussie.
3.2.
De vader heeft volgens de voorzieningenrechter geen gezag over de kinderen omdat nergens uit blijkt dat op enig moment gezamenlijk gezag is ontstaan. Zo zijn partijen nooit getrouwd geweest en blijkt uit het gezagsregister niet dat partijen samen het gezag over de kinderen hebben aangevraagd of dat de vader door de rechter samen met de moeder met het gezag over de kinderen is belast. Ook is niet gebleken dat de vader de kinderen op of na 1 januari 2023 heeft erkend. Integendeel, uit het BRP blijkt dat zij al vanaf hun geboorte in een familierechtelijke betrekking staan tot de vader.
Nakoming afgesproken omgangsregeling
3.3.
De voorzieningenrechter zal partijen veroordelen tot nakoming van de afgesproken omgangsregeling. Gelet op de leeftijd van [minderjarige 1 (voornaam)] hebben partijen toegezegd dat zij ten aanzien van [minderjarige 1 (voornaam)] flexibel met de regeling om zullen gaan.
Ieder betaalt de eigen proceskosten
3.4.
Partijen zijn het er over eens dat ieder de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter zal zo beslissen.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt partijen tot nakoming van de overeengekomen omgangsregeling die inhoudt dat [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] iedere zaterdag van 10.00 uur tot 20.00 uur bij de vader verblijven, met als overdrachtsplaats [locatie] ;
4.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.