Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.Waar deze procedure over gaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de moeder de toevertrouwing van haar twee minderjarige kinderen, die feitelijk bij haar wonen en waarvoor zij eenhoofdig gezag heeft. De vader, met wie zij een relatie heeft gehad, heeft geen gezag over de kinderen.
Partijen hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling overeenstemming bereikt over de omgangsregeling, waarbij de kinderen iedere zaterdag van 10.00 tot 20.00 uur bij de vader verblijven. De moeder vraagt de voorzieningenrechter deze afspraken vast te leggen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat toevertrouwing niet nodig is omdat de moeder het gezag heeft en de kinderen volgens de wet de woonplaats van de ouder met gezag volgen. De vader heeft geen gezag, noch is er sprake van gezamenlijk gezag. De afgesproken omgangsregeling wordt dan ook bekrachtigd en partijen worden veroordeeld tot nakoming hiervan. Iedere partij draagt zijn eigen proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toevertrouwing aan de moeder wordt afgewezen en de omgangsregeling wordt vastgesteld.