Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
[derde belanghebbende], uit [woonplaats] , vergunninghouder
(gemachtigde: mr. V.B. Bugday)
Inleiding
het primairebesluit) heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend voor de activiteit ‘bouwen’ [1] .
het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar gegrond verklaard, het advies van de Commissie bezwaarschriften overgenomen en de omgevingsvergunning in stand gelaten, met een aanvulling van de motivering. De aanvulling zag op het afwijken van het bestemmingsplan ten aanzien van de goothoogte. Ook is het verzoek van eiser om vergoeding van de proceskosten toegewezen.
Beoordeling door de rechtbank
voor zover dat naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is voor het nemen van de beslissing op de aanvraag, de aanvrager bij de aanvraag de bij ministeriele regeling aangewezen gegevens en bescheiden ten aanzien van de activiteiten binnen het project waarop de aanvraag betrekking heeft verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat uit de plattegrond, in combinatie met de situatietekening, kan worden afgeleid hoe het eruit komt te zien. Ook kan de hellingshoek worden afgeleid uit de doorsnede. Ook ten aanzien van de bezonningsdiagram volgt de rechtbank de uitleg van het college. Zo wordt de maximale bouwhoogte niet overschreden, maar enkel de maximale goothoogte. Gezien de positionering van de woning is voorzienbaar dat er in het midden van de dag schaduw zal vallen op het achterdakvlak van eiser. Ook is voorzienbaar dat er op een bepaald moment van de dag meer schaduw zal vallen in de achtertuin van eiser. De rechtbank volgt het college in zijn stelling dat niet aannemelijk is dat er sprake is van een onevenredige aantasting van de zonlichttoetreding. De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat eiser geen eigen bezonningsrapport heeft overgelegd of anderszins met rapporten van deskundigen heeft onderbouwd dat de redenering van het college niet juist is. De beroepsgrond slaagt niet.
110 mm, terwijl dit volgens een eigen berekening van eiser 105 mm is. Ook is volgens eiser het verwijderen van een stalen balk risicovol omdat deze bij vergunninghouder het dak van de badkameropbouw zou ondersteunen waar het aansluit op de woning. Bij de woning van eiser ondersteunt het de houten balk, waar een groot deel van de dakconstructie aan de achterzijde op rust. De omgevingsvergunning is volgens eiser, gelet op voorgaande, in strijd met het Bouwbesluit.
Welstand
5 april 2023 als in het advies van de bezwaarschriftencommissie van 30 januari 2024 wordt benoemd dat is voldaan aan de geldende criteria en dat er geen contra expertise is overgelegd die tot een andere conclusie zou leiden. Gelet op de inhoudelijke bezwaargronden van eiser over het welstandsadvies, acht de rechtbank deze motivering onvoldoende. Bovendien is gebleken dat het advies van 5 april 2023 gebaseerd is op een eerdere versie van de welstandsnota met daarin andere objectcriteria. Partijen hebben dit erkend op de zitting. Door het college is aangegeven dat moet worden getoetst aan de welstandscriteria 2023 die ten tijde van de beslissing op bezwaar golden. Dit levert een motiveringsgebrek op in de beslissing op bezwaar van 22 februari 2024. [9]
materiaal en kleurhet college nader heeft toegelicht hoe dit wordt getoetst, dat sprake is van een verdergaande toets bij het niet voldoen en waarom het plan volgens de commissie voor de rest wel aan de objectcriteria voldoet. De rechtbank kan dit volgen. Ook ten aanzien van de overige objectcriteria volgt de rechtbank de toelichting van het college.
Afwijken van het bestemmingsplan
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond,
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiser te vergoeden,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.750,-.
mr.T. Mennen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2024.