Veroordeelde is op 13 juli 2023 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren met een vervangende hechtenis van 60 dagen voor het niet voltooien van de taakstraf. Reclassering Nederland rapporteerde op 21 juni 2024 dat veroordeelde de taakstraf niet had verricht. Op 12 juli 2024 stelde het Openbaar Ministerie een omzettingsbeslissing op om de taakstraf om te zetten in hechtenis, maar deze beslissing was niet ondertekend door een officier van justitie.
Veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzettingsbeslissing, dat op 10 oktober 2024 werd behandeld. De officier van justitie stelde dat de beslissing ondanks het ontbreken van een handtekening rechtsgeldig was. De politierechter oordeelde echter dat de omzettingsbeslissing niet rechtsgeldig was omdat het een discretionaire bevoegdheid betreft die niet gemandateerd kan worden en de beslissing niet door een officier van justitie was ondertekend.
Daarom verklaarde de politierechter het bezwaar gegrond en bepaalde dat veroordeelde alsnog de taakstraf van 120 uren binnen 12 maanden moet voltooien, met de dreiging van 60 dagen hechtenis als vervanging bij niet-nakoming. De eerdere omzettingsbeslissing werd ambtshalve vernietigd vanwege het ontbreken van rechtsgeldigheid.