Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 oktober 2024 in de zaak tussen
Landgoed [eiser 1] B.V., gevestigd in [plaats],
Inleiding
[B] verschenen. Ook eiser [eiser 3] was aanwezig. Zij werden allen bijgestaan door de gemachtigde van eisers, vergezeld door zijn kantoorgenoot
mr. H.K.P. Yildiz en de bouwhistoricus [bouwhistoricus]. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Zij werd vergezeld door [C], specialist ruimtelijke ordening bij de gemeente [gemeente]. Vergunninghouder was ook aanwezig, zij werd vergezeld door haar partner [D].
Overwegingen
“De structuur van de parkaanleg wordt bepaald door de veelal met zomereik beplante hoofdlanen -die open weidegrond, parkbos, en siertuin, moestuin en boomgaard scheiden-, zichtassen, omgrachting en de [water]. De [straat] is oost-west georiënteerd en loopt parallel aan de [water]. Haaks hierop staat een tweede as, de laan langs de voorburcht, de toegang tot de buitenplaats, met in het verlengde afbuigend in oostelijke richting de [straat]. De toegangsweg en de [straat], die de structuur van de parkaanleg in landschappelijke stijl voor een belangrijk deel bepalen, sluiten aan bij een deel van de omgrachting. Vanuit het huis zijn drie zichtlijnen gecreëerd, in noordelijke richting een trianon met doorkijk over de - vroegere bij het huis behorende - landbouwgronden naar de Utrechtse Heuvelrug, in westelijke richting een brede zichtas naar de parkweide met zicht op de [water] en [straat]. De serre tegen de middeleeuwse toren biedt in oostelijke richting zicht op de rozentuin, boulevard en [water]. Ter beschutting bevindt zich ten oosten van de boomgaard een houtwal. De oorspronkelijke ophaalbrug voor het poortgebouw werd in 1858 gewijzigd in een dam.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
11 oktober 2024.