Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De stukken
- het vonnis van deze rechtbank van 11 januari 2022, waarbij betrokkene ter beschikking is gesteld met voorwaarden (hierna: tbs), omdat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht, waarbij de tbs dadelijk uitvoerbaar is verklaard;
- stukken waaruit blijkt dat de tbs is ingegaan op 11 januari 2022;
- het op 2 april 2024 ter griffie ingekomen verzoek van betrokkene tot wijziging van de voorwaarden, in die zin dat de voorwaarde dat betrokkene niet naar het buitenland mag reizen zonder toestemming van de reclassering (voorwaarde 8) moet worden geschrapt dan wel te bepalen dat betrokkene voor een bepaalde periode mag afreizen naar Egypte;
- de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 juli 2024, op het beroep ingesteld tegen de (verlengings)beslissing van deze rechtbank van 23 januari 2024, waarbij het hof de termijn van de tbs met een jaar heeft verlengd en het verzoek tot het laten vervallen van voorwaarde 8 heeft afgewezen;
2.Het onderzoek ter terechtzitting
- de officier van justitie mr. A. Altena;
- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D. van den Broek, advocaat te Utrecht;
- mevrouw M. Koot, reclasseringswerker (telefonisch aanwezig).