Eiseres heeft samen met haar partner een woning gekocht en op 8 juli 2024 een hypotheekaanvraag ingediend bij de bank. De overdracht stond gepland op 30 augustus 2024, maar de hypotheekaanvraag was op dat moment nog niet beoordeeld. Eiseres stelt dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden en daardoor schade heeft geleden.
De voorzieningenrechter beoordeelde in kort geding of er sprake was van een spoedeisend belang en of de vorderingen kans van slagen hadden in de bodemprocedure. De bank had toegezegd binnen twee dagen een beslissing te nemen, waardoor het spoedeisend belang voor die vordering kwam te vervallen. De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat de bank aansprakelijk was. Eiseres had namelijk te laat en onvolledig documenten aangeleverd en onjuiste gegevens verstrekt, waardoor de bank niet tijdig kon beslissen.
Daarnaast gold dat door de keuze voor een execute only hypotheekaanvraag een groter deel van de verantwoordelijkheid bij eiseres lag. De rechtbank oordeelde dat de bank niet onzorgvuldig had gehandeld en dat eiseres zelf aan de vertraging had bijgedragen. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van de bank.