ECLI:NL:RBMNE:2024:5883
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning uitweg
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden heeft verleend aan een vergunninghouder voor het aanleggen van een uitweg op zijn perceel.
Verzoeker, de buurman van de vergunninghouder, heeft bezwaar gemaakt tegen deze vergunning en vreest een spoedeisende verkeersonveilige situatie. Hij verzocht daarom om schorsing van de vergunning in afwachting van de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De verkeersmanoeuvre die nodig is voor het gebruik van de uitweg is wel bijzonder, maar het is onduidelijk of deze in de praktijk zo zal worden uitgevoerd en hoe dit zich verhoudt tot de geldende verordening. Het belang van de vergunninghouder bij het gebruik van de uitweg weegt zwaarder dan het belang van verzoeker bij het voorkomen van de vermeende verkeersproblemen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en bepaalt dat het college geen proceskosten of griffierecht hoeft te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning uitweg wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.