Eiser diende op 9 mei 2023 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) bij de gemeente Utrecht. Nadat de gemeente het verzoek had ontvangen en de beslistermijn had verlengd, stelde eiser de gemeente in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing. Op 12 juli 2023 nam de gemeente uiteindelijk een besluit dat de gevraagde documenten niet aanwezig waren, waardoor geen inhoudelijk besluit kon worden genomen.
Eiser richtte daarop een beroep tegen het uitblijven van een besluit, maar de rechtbank stelde vast dat eiser geen belang meer had bij de beoordeling van dit beroep omdat het besluit inmiddels genomen was. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Omdat het beroep mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, vroeg de rechtbank aan eiser of hij het eens was met dat besluit. Eiser handhaafde zijn beroep omdat hij een oordeel wenste over de te late beslissing en het betaalde griffierecht wilde terugkrijgen.
De rechtbank besloot het beroep voor het overige terug te verwijzen naar de gemeente om als bezwaarschrift te behandelen, zodat eerst inhoudelijk op het beroep kan worden beslist. Tevens werd de gemeente opgedragen het betaalde griffierecht van €184 aan eiser te vergoeden vanwege de vertraging in de besluitvorming.