Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 31 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiseres] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure vordert eiseres de afgifte van kunstwerken die gedaagde in 1998 bij de ontruiming van het appartement van kunstenaar [A] heeft meegenomen. Eiseres stelt dat zij eigenaar is en dat gedaagde de werken slechts in beheer had. Gedaagde stelt dat zij eigenaar is geworden, al dan niet door verjaring, en dat zij de werken heeft verkocht en tentoongesteld.
De rechtbank oordeelt dat in kort geding geen definitieve eigendom kan worden vastgesteld en dat nadere bewijslevering in een bodemprocedure noodzakelijk is. Omdat het onzeker is wie eigenaar is, wijst de rechtbank de vordering tot afgifte af. Wel wordt gedaagde verboden om de kunstwerken voorlopig te verkopen of over te dragen om het belang van eiseres te beschermen.
Daarnaast wijst de rechtbank de vorderingen tot opgave van een overzicht van meegenomen en verkochte werken af, omdat eiseres onvoldoende spoedeisend belang heeft en reeds over een overzicht beschikt. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden de kunstwerken voorlopig te verkopen of over te dragen totdat de bodemprocedure over het eigendom is afgerond.