Eiseres diende op 14 december 2023 een aanvraag in bij het UWV voor een beoordeling van haar arbeidsvermogen met het oog op een Indicatie banenafspraak. Het UWV stelde vast dat zij hiervoor in aanmerking kwam en kende deze Indicatie toe per besluit van 1 maart 2024. Eiseres maakte bezwaar tegen de uitleg van haar aanvraag, stellende dat deze ook als aanvraag voor een Wajong-uitkering had moeten worden opgevat.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat er inmiddels een nieuwe aanvraag voor een Wajong-uitkering in behandeling was genomen. De rechtbank oordeelt dat het UWV ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, omdat eiseres wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar.
De rechtbank stelt echter vast dat de oorspronkelijke aanvraag enkel betrekking had op de Indicatie banenafspraak en dat er geen onderzoek was gedaan naar de toekenning van een Wajong-uitkering. De rapportages bevestigen dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet Wajong. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2024 ongegrond, vernietigt het besluit van 18 april 2024 en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten.