Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- de brief van de Raad met bijlagen van 17 januari 2024;
- het bericht van de Raad met bijlagen van 22 januari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar, vanwege zorgen over basale verzorging, stabiele huisvesting, beschikbaarheid van de moeder, medische zorg en de betrouwbaarheid van de moeder. De Raad stelde dat de moeder onvoldoende openheid gaf, waardoor er geen zicht was op de opvoedsituatie, en dat vrijwillige hulpverlening niet van de grond kwam.
De gezinsvoogd (GI) erkende risicofactoren maar vond niet duidelijk dat deze tot een gevaarlijke situatie hadden geleid. Het primaire doel van een ondertoezichtstelling zou zijn zicht te krijgen op de opvoedvaardigheden, waarna de maatregel beëindigd kan worden.
De moeder betwistte de zorgen van de Raad, gaf aan alle medische afspraken na te komen en stelde dat zij en de vader goed voor de minderjarige zorgen. Zij verwees naar een positief rapport van Ambulante Crisishulp en gaf aan dat zij openheid gaf totdat zij onjuistheden aantrof in het rapport van de Raad. De vader sloot zich hierbij aan en benadrukte een stabiele opvoedsituatie.
De kinderrechter oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat er sprake was van een ontwikkelingsbedreiging. De moeder kreeg de kans om zich te bewijzen door medewerking en openheid te tonen. Het verzoek tot ondertoezichtstelling werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van ontwikkelingsbedreiging.