ECLI:NL:RBMNE:2024:5996
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oneerlijk kostenbeding en afwijzing vordering advocaatkosten
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van €7.603,52 aan openstaande advocaatkosten van gedaagde, consument. De vordering is gebaseerd op een kostenbeding in de opdrachtbevestiging. De kantonrechter oordeelt dat het kostenbeding niet transparant is, omdat het onvoldoende informatie geeft over de totale kosten, waardoor gedaagde niet kon inschatten wat hij moest betalen.
Daarnaast is het kostenbeding oneerlijk omdat eiseres onvoldoende heeft geïnformeerd over de te verwachten kosten, ondanks dat gedaagde expliciet een budgetlimiet had en een voorschot betaalde. Dit leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen partijen, in het nadeel van gedaagde.
De kantonrechter vernietigt het kostenbeding op grond van artikel 6:233 BW Pro, waardoor de gehele overeenkomst vervalt. Dit betekent dat de vordering van eiseres wordt afgewezen en het reeds betaalde voorschot onverschuldigd is. Ook de vordering tot buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente wordt afgewezen vanwege een oneerlijk beding in de algemene voorwaarden.
De proceskosten worden aan eiseres opgelegd. De kantonrechter gaat niet in op de stellingen van gedaagde over de kwaliteit van de belangenbehartiging, omdat deze niet tot een andere uitkomst leiden.
Uitkomst: De vordering tot betaling van advocaatkosten wordt afgewezen vanwege vernietiging van het oneerlijke en ondoorzichtige kostenbeding.