ECLI:NL:RBMNE:2024:600
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €337.000,- voor het belastingjaar 2022. Na een uitspraak op bezwaar waarin de waarde werd gehandhaafd, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de zitting gaf eiser aan de waarde niet langer te betwisten, waardoor de rechtbank de vastgestelde waarde overneemt. Eiser verzocht om proceskostenvergoeding vanwege late motivering, maar dit werd afgewezen omdat verweerder de waarde in elke procesfase mocht onderbouwen.
Eiser stelde dat verweerder niet alle relevante stukken had verstrekt, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende stukken had toegezonden en dat eiser niet tijdig aanvullende verzoeken had gedaan. De rechtbank liet deze beroepsgrond buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
Verder werd het beroep verworpen dat verweerder niet aan de Waarderingsinstructie had voldaan door slechts twee referentiewoningen te noemen in het taxatieverslag, omdat aanvullende referenties in de bezwaarprocedure waren gegeven en verweerder niet gebonden is aan de instructie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €337.000,- is ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.