Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 29 mei 2024, met producties;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder, onder bewindgestelde, huurt sinds 2019 een woning van Woonin. Woonin vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens overlast veroorzaakt door de huurder en personen die hij in de woning laat verblijven, het gebruik van de berging als slaapplaats, en het niet meer zelf bewonen van de woning.
De kantonrechter stelt vast dat vanaf september 2020 meerdere klachten zijn binnengekomen over overlast, waaronder agressief gedrag van de zoon van de huurder en stankoverlast rondom de berging. Bewoners voelen zich onveilig door het gedrag van de huurder en de personen die hij in de woning laat verblijven. Tijdens de zitting is gebleken dat de huurder al vier maanden niet meer in de woning woont en anderen zonder toestemming in de woning verblijven.
De huurder betwist de vordering en stelt dat de situatie sinds oktober 2023 stabiel is en dat de personen in de woning gebedsgenezers zijn die hem helpen. Ook vreest hij dat zijn behandeling bij Lister in gevaar komt als hij de woning moet verlaten. De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat ontbinding gerechtvaardigd is. De huurder kan zijn behandeling voortzetten zonder de woning en is aangemeld voor begeleid wonen.
De kantonrechter beveelt ontruiming binnen veertien dagen en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €775,97 exclusief kosten van betekening.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming van de woning binnen veertien dagen bevolen wegens overlast en niet-bewoning.