Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
op 18 december 2023 in Naarden, als bestuurder van een auto, gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
De rechtbank oordeelt dat niet is voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 5a WVW. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde.
proces-verbaal van overtreding, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2024, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
kilometer per uur, en
motorvoertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
- wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen;
- bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting in de persoon op andere wijze;
- bij aantasting van de nagedachtenis van de overledene.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, van het Wetboek van Strafrecht en
- 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994,
11.BESLISSING
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
taakstrafvan
60 (zestig) uren;
- ontzegtverdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
6 (zes) maanden; - bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, te weten 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte zich voor het einde van na te melden proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.100,-, zijnde materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2023 tot de dag van de algehele voldoening;
- verklaart de benadeelde partij wat betreft het meer gevorderde ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk in de vordering;
- wijst de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade af;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 1.100,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 21 (eenentwintig) dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed.