ECLI:NL:RBMNE:2024:6068
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte deelname criminele organisatie en internationale drugshandel
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en het medeplegen van internationale drugshandel van cocaïne en heroïne naar Groot-Brittannië in de periode 2014-2016. De verdenkingen waren gebaseerd op PGP-chatberichten, reisgegevens en getuigenverklaringen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de PGP-berichten niet als bewijs konden dienen vanwege schending van het recht op een eerlijk proces, omdat medeverdachten zich beroepen op hun verschoningsrecht en niet als getuigen konden worden gehoord. De rechtbank oordeelde echter dat de procedure als geheel eerlijk was verlopen en wees de verzoeken van de verdediging grotendeels toe. De PGP-berichten werden niet uitgesloten, maar behoedzaam beoordeeld.
Uiteindelijk kon de rechtbank niet wettig en overtuigend vaststellen dat verdachte de ten laste gelegde feiten had begaan. De belastende berichten die aan verdachte werden toegeschreven, betroffen transporten die niet aan hem waren ten laste gelegd, en de andere relevante PGP-adressen konden niet met zekerheid aan verdachte worden gekoppeld. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan criminele organisatie en internationale drugshandel.