ECLI:NL:RBMNE:2024:6072
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen intrekking parkeerverbod wegens onvoldoende motivering en belangenafweging
Eiseres, woonachtig aan de [straat] in [plaats], maakte bezwaar tegen de intrekking van een parkeerverbod aan de oneven zijde van de [straat]. Het college had het parkeerverbod ingesteld om de bruikbaarheid van de weg te waarborgen en het smal worden van de rijbaan door parkeren te voorkomen. Na bezwaar van omwonenden trok het college het parkeerverbod in op basis van het advies van de adviescommissie bezwaarschriften.
De rechtbank oordeelt dat eiseres als belanghebbende ten onrechte niet is uitgenodigd voor de hoorzitting bij de adviescommissie, waardoor haar belangen onvoldoende zijn behartigd. Daarnaast is het advies van de commissie gebaseerd op een onvolledig beeld van de verkeerssituatie, vooral omdat alleen bewoners van de overzijde van de straat aanwezig waren. Het college heeft het advies overgenomen zonder een eigen, volledige belangenafweging te maken.
De rechtbank stelt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd is, in strijd met de artikelen 3:2, 3:46 en 7:2 van de Awb. Het besluit wordt vernietigd en de werking van het oorspronkelijke parkeerverbod wordt geschorst totdat het college een nieuwe beslissing op bezwaar neemt. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het intrekkingsbesluit vernietigd en het oorspronkelijke parkeerverbod geschorst totdat een nieuw besluit is genomen.