Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties (1 tot en met 23);
- de brief van 12 juni 2024 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] B.V. en [gedaagde sub 1] c.s. over de huur van zelfstandige woonruimtes. [gedaagde sub 1] c.s. huurt sinds 1 juli 2020 en heeft de huurpenningen vooruitbetaald en aanzienlijke investeringen gedaan. [eiseres] vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige (geluids)overlast en onrechtmatig gebruik van het dak als dakterras.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde sub 1] c.s. zich niet als goed huurder gedraagt door geluidsoverlast te veroorzaken en het dak zonder toestemming te gebruiken. Diverse klachten van onderburen en andere huurders bevestigen de overlast, mede ondersteund door whatsappberichten. Ook is sprake van intimiderend gedrag richting de verhuurder, wat heeft geleid tot politie-ingrijpen.
Desondanks weegt de kantonrechter het woonbelang van [gedaagde sub 1] c.s. zwaarder. Er is onvoldoende bewijs dat de tekortkomingen ontbinding rechtvaardigen, mede omdat er duidelijke communicatie mogelijk is over grenzen en omdat nieuwe huurders onder [gedaagde sub 1] c.s. geen klachten hebben gemeld. De huurder heeft toegezegd het onrechtmatig geplaatste kunstgras en plantenbakken te verwijderen.
De kantonrechter veroordeelt [eiseres] in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden afgewezen vanwege het prevalerende woonbelang en de verwachting dat herhaling beperkt blijft.