Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde eiser op 6 maart 2023 een bestuurlijke boete en last onder dwangsom op. Eiser, die sinds 2009 onder bewind staat vanwege zijn geestelijke en lichamelijke toestand, maakte bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaarde, maar op onjuiste gronden. Het college had het besluit aan de bewindvoerder moeten sturen omdat het besluit de vermogensrechtelijke belangen van eiser raakt. Omdat het besluit alleen aan eiser is verzonden, is het niet op de juiste wijze kenbaar gemaakt en daardoor niet in werking getreden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 12 juli 2023, bepaalt dat de rechtsgevolgen in stand blijven, en veroordeelt het college tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is mondeling gedaan op 23 oktober 2024.