De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarbij eiser beroep instelde tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van 6 mei 2024.
Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaar, omdat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend. Het college had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiser stelde dat de termijn later zou zijn geëindigd, maar dit werd niet gevolgd door de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat het besluit op 11 januari 2024 bekend was gemaakt, waardoor de termijn voor het indienen van bezwaar op 23 februari 2024 eindigde. Het bezwaarschrift was op 26 februari 2024 met PostNL verzonden, wat te laat was. Eiser kon niet aannemelijk maken dat het eerder was verzonden en gaf geen reden voor de termijnoverschrijding.
Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd het beroep ongegrond verklaard. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.