ECLI:NL:RBMNE:2024:6095

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 oktober 2024
Publicatiedatum
4 november 2024
Zaaknummer
UTR 24/6127
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:83 AwbWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake concessieovereenkomst horecagelegenheid

Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het voornemen van de gemeente Stichtse Vecht tot het aangaan van een concessieovereenkomst voor de exploitatie van een horecagelegenheid in een sport- en recreatiecentrum.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het gepubliceerde voornemen van de gemeente geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het geen schriftelijke beslissing betreft van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt.

Daarom kan het verzoek niet door de bestuursrechter worden beoordeeld en dient verzoeker zich te wenden tot de burgerlijke rechter. De voorzieningenrechter verklaart zich dan ook kennelijk onbevoegd om op het verzoek te beslissen en doet uitspraak zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen en verwijst verzoeker naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6127

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 oktober 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

de gemeente Stichtse Vecht, de gemeente.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het voornemen van de gemeente tot het aangaan van een concessieovereenkomst inzake de exploitatie van de horecagelegenheid in Sport- en recreatiecentrum ’ [horeca gelegenheid] te [plaats] .
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek te beslissen doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Op 6 september 2024 heeft de gemeente haar voornemen gepubliceerd [1] tot het aangaan van een van een concessieovereenkomst inzake de exploitatie van de horecagelegenheid in Sport- en recreatiecentrum ’ [horeca gelegenheid] te [plaats] . Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter stelt echter vast dat het door de gemeente gepubliceerde voornemen geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, te weten een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Hetgeen verzoeker in zijn verzoekschrift heeft gevraagd, kan dus niet door de bestuursrechter worden beoordeeld. Ook niet door de voorzieningenrechter van de bestuursrechter. Er kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter worden ingesteld op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze.

Conclusie en gevolgen

Daarom is de voorzieningenrechter kennelijk niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Gemeenteblad nr. 381765.