ECLI:NL:RBMNE:2024:6108
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing VOG-aanvraag wegens valsheid in geschrift
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De afwijzing is gebaseerd op een recente veroordeling van verzoeker wegens het gebruik van een vals of vervalst geschrift, waarvoor hij een taakstraf van 90 uur kreeg opgelegd. Verzoeker wil tijdens de bezwaarprocedure behandeld worden alsof hij een VOG heeft gekregen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er weliswaar sprake is van spoedeisend belang, omdat verzoeker zonder VOG zijn werkzaamheden als financieel adviseur via een consultant bij een gemeente niet kan uitvoeren. De beoordeling van de VOG-aanvraag volgt de Beleidsregels VOG-NP-RP 2024, waarbij het objectieve criterium (risico bij herhaling) en het subjectieve criterium (afweging belangen aanvrager versus samenleving) worden toegepast.
Hoewel verzoeker enkele motiveringsgebreken in het besluit aanvoert, waaronder het niet expliciet meenemen van het feit dat er slechts één antecedent is, kan dit volgens de voorzieningenrechter worden hersteld in de beslissing op bezwaar. De staatssecretaris heeft het besluit voldoende gemotiveerd en het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. De belangenafweging weegt in het nadeel van verzoeker, mede omdat de staatssecretaris een snelle beslissing op bezwaar heeft toegezegd.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, wat betekent dat verzoeker niet wordt behandeld alsof hij een VOG heeft tijdens de bezwaarprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt afgewezen.