Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2024 in de zaak tussen
[eiser sub 1],
[eiser sub 2],
[eiser sub 3], en
[eiser sub 4],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
Stichting Nederlands Spoorwegmuseumuit Utrecht (het Spoorwegmuseum)
Inleiding
Procesverloop
- eisers: [eiser sub 4] , [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , bijgestaan door drs. C. van Oosten,
- het college: mr. E.M. Oskam,
- het Spoorwegmuseum: [A] en [B] , bijgestaan door mr. S.W. Derksen en mr. J.J.M. Peters.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het besluit van 17 november 2023 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 14 augustus 2024 ongegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.750,-;-
- bepaalt dat het college het betaalde griffierecht van € 184,00 moet vergoeden.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
het met een aanduiding of in de regels aangegeven percentage, dat aangeeft hoeveel van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.