Eiseres diende een aanvraag in bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een uitkering naar aanleiding van seksueel misbruik in 2010, maar deze aanvraag werd pas in 2023 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van tien jaar. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling wegens termijnoverschrijding en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiseres voerde psychische overmacht aan vanwege PTSS-klachten en trauma, evenals onbekendheid met het Schadefonds, als redenen voor de late indiening. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij door haar psychische toestand niet eerder kon aanvragen. De medische informatie dateerde uit 2012 en recente verklaringen waren onvoldoende concreet.
De rechtbank benadrukte dat het niet op de hoogte zijn van het Schadefonds geen geldige reden is voor overschrijding. Hoewel de impact van het geweldsmisdrijf op eiseres wordt erkend, is de aanvraag te laat en niet tijdig ingediend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met afwijzing van terugbetaling griffierecht en proceskostenvergoeding.