ECLI:NL:RBMNE:2024:6143

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 november 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
UTR 24/6299
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster heeft op 8 oktober 2024 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug van 5 juni 2024. Dit besluit handhaafde het eerdere besluit van 25 januari 2024 om twee parkeerplekken te reserveren voor het opladen van elektrische voertuigen aan een straat in een plaats.

De voorzieningenrechter stelde vast dat voor het indienen van een dergelijk verzoek griffierecht betaald moet worden, in dit geval €187,-. Verzoekster werd per aangetekende brief op 11 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Deze brief werd op 15 oktober 2024 bezorgd, maar verzoekster betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn.

Op 31 oktober 2024 verzocht verzoekster om uitstel van de reactietermijnen vanwege een aanstaand verblijf in het buitenland, maar dit verzoek kwam na het verstrijken van de betalingstermijn en bevatte geen geldige reden voor het niet betalen van het griffierecht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6299

uitspraak van voorzieningenrechter van 7 november 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , wonende in [plaats] , verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,het college.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoekster heeft ingediend op 8 oktober 2024 tegen het besluit van verweerder van 5 juni 2024 waarbij het besluit van 25 januari 2024 voor het reserveren van twee parkeerplekken ten behoeve van het opladen van elektrische voertuigen aan de [straat] in [plaats] in stand is gehouden.

Overwegingen

1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als verzoekster een geldige reden heeft voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht.
2. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 11 oktober 2024 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. De brief is op 15 oktober 2024 bij verzoekster bezorgd. Verzoekster heeft het griffierecht tot op vandaag niet betaald.
Verzoekster heeft geen geldige reden voor het niet (tijdig) betalen van het griffierecht gegeven.
3. Bij brief van 31 oktober 2024, door de rechtbank ontvangen op 4 november 2024, heeft verzoekster verzocht om uitstel te verlenen inzake de reactietermijnen betreffende zaaknummer UTR 24/6299, wegens (aanstaand) verblijf in het buitenland. De termijn voor het betalen van het griffierecht was op de datum van de brief al verstreken. Overigens is uit de brief geen beroep op betalingsonmacht op te maken. Er is dus geen geldige reden voor het verzuim gegeven. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang gelezen met artikel 8:41, derde tot en met zesde lid van de Awb.