ECLI:NL:RBMNE:2024:6145
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging strafzaak wegens onvermogen verdachte tot effectieve procesdeelname
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 25 oktober 2024 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte. Eerder, op 19 april 2024, was de vervolging geschorst omdat de verdachte niet effectief kon deelnemen aan het strafproces vanwege complexe problematiek en een onvoldoende begripsniveau.
De raadsman verzocht de rechtbank om de strafzaak te beëindigen, omdat herstel van de verdachte niet te verwachten is en effectieve procesdeelname op termijn niet mogelijk zal zijn. De officier van justitie verzette zich niet tegen dit verzoek.
Na het horen van alle betrokkenen, waaronder de verdachte, raadsman, ouders, Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdreclassering, oordeelde de rechtbank dat de zaak geëindigd kon worden verklaard. De rechtbank benadrukte dat compenserende maatregelen onvoldoende waren om effectieve participatie te waarborgen.
De beslissing tot beëindiging is genomen op basis van artikel 29f Sv en betekent dat de strafzaak niet verder zal worden voortgezet. Dit besluit is genomen door een meervoudige strafkamer bestaande uit kinderrechters.
Uitkomst: De strafzaak is beëindigd omdat de verdachte niet effectief kan deelnemen aan het strafproces en herstel niet te verwachten is.