Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder vordert een bedrag van €17.109,16 van de verhuurder wegens onverschuldigde betaling, omdat de huurprijs door een eerdere uitspraak lager was vastgesteld dan het bedrag dat hij betaalde. De verhuurder betwist de hoofdsom niet, maar verzet zich tegen de incassokosten en de uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder tot december 2023 in totaal €17.789,14 te veel heeft betaald. Na verrekening van huur en servicekosten over februari 2024 blijft een bedrag van €17.109,16 over dat de verhuurder aan de huurder verschuldigd is. De vordering wordt toegewezen op grond van artikel 6:203 BW Pro.
De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat de huurder niet heeft onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, ondanks het verweer van de verhuurder dat zij mogelijk niet kan terugbetalen bij een hoger beroep. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.034,00.
Uitkomst: De verhuurder moet €17.109,16 betalen aan de huurder met wettelijke rente en proceskosten; incassokosten worden afgewezen.