3.1.De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Dat wil zeggen dat eiseres geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Eiseres was werkzaam als proefdierverzorger in opleiding voor 35,86 uur per week. Het arbeidscontract is op 31 augustus 2021 beëindigd. Aansluitend op de uitkering die eiseres op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) van 16 juli 2021 tot 5 november 2021 ontving, heeft eiseres zich op 5 november 2021 ziekgemeld. Met ingang van 5 november 2021 heeft eiseres een ZW-uitkering ontvangen.
5. Om te beoordelen of iemand na een jaar nog recht heeft op een ZW-uitkering wordt na één jaar ziekte een zogenoemde Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB) uitgevoerd. De beoordeling bestaat uit een onderzoek door een verzekeringsarts en een onderzoek door een arbeidsdeskundige. Deze onderzoeken hebben geleid tot de besluiten zoals deze zijn vermeld onder het kopje ‘Inleiding’.
De standpunten van partijen
Het standpunt van eiseres
6. Eiseres vindt dat de verzekeringsartsen van het Uwv haar beperkingen hebben onderschat. Als gevolg van de continue zenuwpijn in haar buik, die uitstraalt naar de ribben en benen, is sprake van ernstige beperkingen in het dagelijks leven. Eiseres wijst daarbij op beperkingen ten aanzien van tillen, dragen, buigen, bukken, fietsen, staan, lopen en traplopen. Verder kan zij niet lang zitten en moet zij constant wisselen van houding om de pijn enigszins te verlichten. De pijn verergert bij activiteiten. Eiseres geeft ook aan door de pijn slecht te slapen en vermoeid te zijn, waardoor een urenbeperking en een beperking ten aanzien van werktijden moeten worden aangenomen. Daarnaast moeten aanvullende beperkingen worden aangenomen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren, vanwege haar psychische klachten. Ter ondersteuning van haar standpunten heeft eiseres diverse medische stukken van haar behandelaars ingediend.
Het standpunt van het Uwv
7. Het Uwv ziet in wat eiseres aanvoert en in de medische stukken die in beroep zijn overgelegd geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen.
8. Bij de beoordeling van het besluit van het Uwv is van belang dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Dat kan anders zijn in het geval waarin eiseres aanvoert (en zo nodig aannemelijk maakt) dat deze rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, inconsequenties bevatten of onvoldoende zijn gemotiveerd. Voor het aanvechten van de inhoudelijke medische beoordeling geldt dat eiseres in beginsel niet kan volstaan met de enkele stelling dat zij meer beperkt is dan door de (verzekerings-)artsen van het Uwv is aangenomen. Zij zal dat standpunt moeten onderbouwen. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of een medisch behandelaar noodzakelijk.
De redenen voor de beslissing van de rechtbank
De medisch inhoudelijke beoordeling
9. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat het Uwv de belastbaarheid van eiseres onjuist heeft ingeschat. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot deze conclusie is gekomen.