ECLI:NL:RBMNE:2024:6187

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
11 november 2024
Zaaknummer
24/5331 UTR
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij uitblijven beslissing

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek van 27 juni 2024. De rechtbank heeft eiseres op 13 augustus 2024 aangetekend verzocht het griffierecht van €187,- binnen twee weken te voldoen. Deze brief kon niet worden bezorgd en is op 16 september 2024 per gewone post verzonden, waarbij werd aangegeven dat de termijn niet opnieuw startte.

Eiseres heeft het griffierecht niet betaald en heeft geen geldige reden opgegeven voor het uitblijven van betaling. Volgens artikel 8:41, eerste lid, Awb dient griffierecht te worden betaald om het beroep inhoudelijk te kunnen behandelen. De rechtbank is daarom niet bevoegd het beroep te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling en kent geen proceskostenvergoeding toe. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5331

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , [woonplaats] , eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,verweerder
(gemachtigde: F. el Amrani).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek van 27 juni 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 187,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 13 augustus 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar geretourneerd aan de rechtbank. Vervolgens is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 16 september 2024 per gewone post verzonden aan eiseres. In deze brief is aangegeven dat de termijn uit de brief van
13 augustus 2024 niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.