ECLI:NL:RBMNE:2024:6228

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
12 november 2024
Zaaknummer
11243449
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling factuur reparatie auto en afwijzing verrekening waardevermindering sierlijst

In deze civiele zaak vordert eiseres, een vennootschap, betaling van een factuur voor de reparatie van schade aan de auto van gedaagde. Gedaagde heeft de factuur niet betaald omdat volgens hem de reparatie niet volledig was uitgevoerd; een sierlijst ontbrak, waardoor de auto minder opleverde bij verkoop. Hij vordert daarom verrekening van de waardevermindering met de factuur en betaling van het restbedrag in reconventie.

De kantonrechter stelt vast dat eiseres de schade aan de auto heeft hersteld en dat de sierlijst wel was besteld maar niet geplaatst, omdat deze pas na verkoop van de auto werd ontvangen. Gedaagde heeft onvoldoende bewijs geleverd dat het ontbreken van de sierlijst daadwerkelijk heeft geleid tot een lagere verkoopprijs van de auto.

De kantonrechter wijst daarom de vordering van eiseres tot betaling van de factuur toe, verminderd met de kosten van de sierlijst die niet is geplaatst. De vordering van gedaagde in reconventie wordt afgewezen. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur minus kosten sierlijst, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten; reconventionele vordering afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11243449 \ UC EXPL 24-5165 BJvd/61169
Vonnis van 13 november 2024
in de zaak van
de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: J. van de Loosdrecht, de Nederlanden B.V..
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 6 producties
- het proces-verbaal van de rolzitting van 7 augustus 2024 waarop [gedaagde] voor mondeling antwoord in persoon is verschenen en de eis in reconventie heeft ingediend
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 10 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is namens [eiseres] verschenen de heer [A] , haar directeur. [gedaagde] is niet verschenen. De kantonrechter heeft [gedaagde] opgebeld om te vragen waar hij bleef en deze bleek de zitting te zijn vergeten. Daarop heeft de kantonrechter, met instemming van beide partijen en bij wijze van service, de telefoon op de speaker gezet en [gedaagde] telefonisch over de zaak gehoord.
1.3.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] had schade aan zijn auto en heeft deze ter reparatie bij [eiseres] gebracht. [gedaagde] heeft na de reparatie door [eiseres] de factuur niet betaald. [eiseres] vordert in deze procedure betaling van die factuur. [gedaagde] wil de factuur niet betalen, omdat de schade aan de auto volgens hem niet volledig is hersteld. De auto miste nog een sierlijst die door [eiseres] geplaatst had moeten worden. [gedaagde] stelt dat de auto daardoor minder geld opleverde toen hij de auto verkocht. Deze waardevermindering wil [gedaagde] verrekenen met de factuur van [eiseres] en het restbedrag van de waardevermindering vordert hij in reconventie. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] toe en de vordering van [gedaagde] af, omdat [gedaagde] de waardevermindering van de auto onvoldoende onderbouwd heeft.

3.De beoordeling in conventie en reconventie

[gedaagde] heeft de factuur van [eiseres] niet betaald
3.1.
[eiseres] heeft in februari 2023 schade aan de auto van [gedaagde] hersteld. Op 1 maart 2023 heeft [gedaagde] de auto weer opgehaald. Omdat [gedaagde] was verzekerd voor de reparatiekosten, heeft de verzekering van [gedaagde] een groot deel van de factuur van [eiseres] betaald. Volgens de polisvoorwaarden van zijn verzekering moet [gedaagde] zelf de btw en het eigen risico betalen. Die bedragen zijn bij elkaar € 1.096,56. De factuur voor dit bedrag is op 28 februari 2023 door [eiseres] verzonden naar [gedaagde] . Omdat [gedaagde] de factuur niet betaalde, is hij door [eiseres] aangemaand om de factuur te betalen.
[eiseres] heeft de sierlijst wel besteld maar niet geplaatst
3.2.
Op 24 mei 2023 heeft [gedaagde] per e-mail gereageerd op de aanmaningen met het bericht dat hij de factuur nog niet heeft betaald omdat de schade aan de auto nog niet volledig was hersteld. Er miste namelijk nog een sierlijst op het rechterachterportier. Daarop is namens [eiseres] gereageerd met de boodschap dat het lijstje wel al was besteld, maar nog niet binnen was. Er zou contact worden opgenomen met [gedaagde] zodra het lijstje was ontvangen.
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer [A] de sierlijst laten zien. Het gaat om een zilverkleurige strip voor op het portier van zo’n 60 cm lang en 8 mm breed. De inkoopprijs van het lijstje bedraagt € 38,52. Het lijstje is uiteindelijk op 19 september 2023 binnengekomen bij [eiseres] . Daarna is volgens de heer [A] contact opgenomen met [gedaagde] . Op dat moment had [gedaagde] de auto echter al verkocht.
De vorderingen van [gedaagde] in reconventie
3.4.
In juni 2023 is het bedrijf van [gedaagde] in zwaar weer terecht gekomen en moest hij de auto verkopen. Volgens [gedaagde] is de auto uiteindelijk voor € 2.600,- minder verkocht dan hij er anders voor had kunnen krijgen, omdat de sierlijst miste. Daarom vindt [gedaagde] dat dit bedrag moet worden afgehaald van de vordering van [eiseres] . Het bedrag wat na de verrekening overblijft, volgens hem € 1.503,44, vordert hij in reconventie.
[gedaagde] heeft de waardevermindering onvoldoende onderbouwd
3.5.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de waardevermindering is toe te schrijven aan het gegeven dat de auto is verkocht als schadeauto. Omdat het sierlijstje niet is geplaatst, was het (beter) zichtbaar dat er schade is geweest aan de auto en is de auto voor € 2.600,- minder verkocht dan wanneer het sierlijstje wel zou zijn geplaatst.
3.6.
De kantonrechter overweegt over de waardevermindering het volgende. Het staat vast dat de auto van [gedaagde] schade heeft geleden en dat [eiseres] de schade heeft gerepareerd. Dat betekent dat de auto hoe dan ook een schadeauto is. Dat [eiseres] het sierlijstje niet heeft geplaatst en daardoor beter zichtbaar was dat de auto een schadeauto was, maakt dit niet anders. Daarmee komt niet vast te staan dat [eiseres] zou moeten opdraaien voor de gestelde waardevermindering. Bovendien heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat de auto voor een lager bedrag verkocht is door het missende sierlijstje. [gedaagde] heeft namelijk geen stukken overhandigd waaruit dit blijkt. Het is daarom niet komen vast te staan dat de auto minder heeft opgebracht omdat het sierlijstje door [eiseres] nog niet was geplaatst. Dit betekent dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen.
Conclusie: de vordering van [eiseres] zal worden toegewezen
3.7.
Aangezien het verweer van [gedaagde] niet slaagt zal de kantonrechter de vordering van [eiseres] tot betaling van de (resterende) factuur toewijzen. [eiseres] heeft de kosten voor het sierlijstje echter via de factuur aan [gedaagde] doorberekend. Aangezien het lijstje door [eiseres] nooit is geplaatst, moet het bedrag van € 38,52 nog van de hoofdsom worden afgetrokken. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 1.058,04 toewijzen.
[gedaagde] moet de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.8.
[eiseres] vordert wettelijke rente over het bedrag van € 1.096,56. [gedaagde] is in verzuim met betaling van de factuur, zodat de wettelijke rente zal worden toegewezen. Omdat hiervan nog het bedrag van € 38,52 moet worden afgehaald, zal de kantonrechter de wettelijke rente toewijzen over het bedrag van € 1.058,04 vanaf de vervaldatum van de factuur.
3.9.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald bij een vordering van € 1.058,04. Daarom wordt € 158,71 toegewezen.
3.10.
Uit het voorgaande volgt dat het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
1.058,04
- buitengerechtelijke incassokosten
158,71
+
totaal
1.216,75
[gedaagde] moet de proceskosten in conventie en reconventie betalen
3.11.
[gedaagde] is in conventie en reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] in conventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
113,54
- griffierecht
328,00
- salaris gemachtigde
204,00
(1 punt × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
747,54
3.12.
Die proceskosten van [eiseres] in reconventie worden begroot op nihil, omdat [eiseres] in persoon is verschenen en ook niet gesteld of gebleken is dat zij andere kosten heeft gemaakt in het kader van de reconventie die voor vergoeding in aanmerking komen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.13.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen (voor zover al mogelijk) hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat en indien het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.216,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 1.058,04, vanaf de vervaldatum van de factuur, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 747,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
4.4.
wijst de vordering van [gedaagde] af,
4.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2024.