Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van verweerder over de WOZ-waarde van 28 februari 2023. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waarna eiser via zijn gemachtigde een ingebrekestelling stuurde. Verweerder stelde dat het bezwaar telefonisch was ingetrokken, maar kon dit niet onderbouwen en had bovendien rechtstreeks contact met eiser zonder tussenkomst van de gemachtigde.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar nog steeds bestaat en dat verweerder in gebreke is gebleven met het nemen van een besluit. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt de rechtbank een dwangsom vast van €1.442,- voor de periode van 42 dagen dat de beslistermijn is overschreden. Tevens wordt verweerder opgedragen binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder na deze termijn nog in gebreke blijft, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €51,- en een proceskostenvergoeding van €218,75 aan eiser, wegens inschakeling van professionele juridische hulp.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en bevestigt de verplichting van verweerder om alsnog een besluit te nemen. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. van Stijnen op 19 juli 2024.
Uitkomst: Verweerder moet binnen twee weken alsnog een besluit nemen en een dwangsom betalen wegens overschrijding beslistermijn.