ECLI:NL:RBMNE:2024:6264
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling collegegeld onterecht beëindigd; vordering tot betaling toegewezen
Eiser, Stichting Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), vordert betaling van openstaand collegegeld van gedaagde over het collegejaar 2022-2023. Er was een betalingsregeling van €40 per maand overeengekomen voor een schuld van €576,25. Gedaagde heeft volgens HKU de regeling niet nagekomen, waarna HKU de regeling beëindigde. De kantonrechter stelt vast dat de regeling onterecht is beëindigd omdat de regeling ook een schuld aan de zorgverzekeraar Zilveren Kruis omvatte, en het niet betalen van een nieuwe factuur van Zilveren Kruis leidde tot het vervallen van de gehele regeling.
De kantonrechter vindt dat GGN, gemachtigde van HKU, onredelijk heeft gehandeld door schulden van HKU en Zilveren Kruis in één regeling te combineren, waardoor gedaagde onterecht benadeeld werd. HKU kon niet toelichten waarom de regeling afhankelijk was van de schuld aan Zilveren Kruis. Gedaagde moet het openstaande bedrag van €529,63 betalen, een bedrag dat niet gemotiveerd is betwist.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van €104,59 en wettelijke rente tot aan de dagvaarding van €45,55 worden toegewezen. De wettelijke rente vanaf de dagvaarding wordt alleen toegewezen over de hoofdsom en incassokosten. Omdat de procedure onnodig was door het onterecht beëindigen van de regeling, worden de proceskosten niet aan gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €679,77 plus wettelijke rente, zonder proceskostenveroordeling.