ECLI:NL:RBMNE:2024:6265
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens verjaring bij beschadiging tijdens transport
In deze civiele zaak vordert eiser vergoeding van schade aan een lading frisdrank die tijdens transport door gedaagde is beschadigd. De vervoersovereenkomst tussen partijen betreft het vervoer van vijf pallets van Rotterdam naar Scheemda. Eiser stelt dat de totale schade €7.603,84 bedraagt en wil deze vergoed krijgen.
Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat de vordering verjaard is op grond van de Algemene Vervoers Condities (AVC), die een verjaringstermijn van één jaar voorschrijven. De kantonrechter bevestigt dat de verjaringstermijn op de dag na aflevering begint te lopen, in dit geval op 14 januari 2022, en dat deze termijn niet is gestuit door eiser. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij de verjaring heeft gestuit door bijvoorbeeld een schriftelijke aanmaning of erkenning van de vordering door gedaagde.
De kantonrechter laat in het midden of correspondentie van eiser met de verzekeraar van gedaagde als stuitingshandeling kan gelden, maar zelfs als dat zo zou zijn, is de vordering alsnog verjaard. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden eveneens afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €813,00, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens verjaring en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.