ECLI:NL:RBMNE:2024:6283

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
awb 24/1256
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag

Verzoekster diende op 26 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar in het kader van de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, nam op 4 juni 2024 alsnog een beslissing op bezwaar. Hierna trok verzoekster het beroep in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank beoordeelde het verzoek zonder zitting, omdat voldoende informatie aanwezig was. Verweerder reageerde niet op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar had in een eerder verweerschrift aangegeven geen bezwaar te hebben tegen vergoeding, met een voorgestelde wegingsfactor van 0,25.

De rechtbank stelde de proceskosten vast op €437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van €51,- te vergoeden. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1256

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R. Jethoe),
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 26 februari 2024 omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar in het kader van de kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft op 4 juni 2024 alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. Verweerder heeft wel op 13 maart 2024 een verweerschrift naar aanleiding van het beroep niet tijdig beslissen ingediend, waarin verweerder aangeeft dat verzoekster in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding, bij een wegingsfactor van 0,25. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 875,- en de rechtbank hanteert anders dan voorheen een wegingsfactor 0,5(licht)).
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2024.
(De griffier is verhinderd de uitspraak
mede te ondertekenen).
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.