ECLI:NL:RBMNE:2024:6293
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens illegale prostitutie
In deze zaak verzoekt de huurder om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van zijn huurwoning door de burgemeester van Lelystad. De woning is gesloten voor de duur van twee maanden wegens het uitoefenen van een seksbedrijf zonder vergunning, wat een overtreding is van de Algemene plaatselijke verordening (APV).
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of het bezwaar van verzoeker tegen de sluiting een redelijke kans van slagen heeft. Het besluit tot sluiting is volgens de rechter op correcte wijze bekendgemaakt aan verzoeker. Verzoeker erkent de overtreding niet te hebben gepleegd, maar was wel verantwoordelijk als huurder. De sluiting wordt gezien als een herstelsanctie en niet als een strafrechtelijke maatregel, waardoor de onschuldpresumptie niet wordt geschonden.
Verder acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat de overtreding langer dan enkele dagen heeft geduurd. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de burgemeester bij sluiting zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om in zijn woning te verblijven. De burgemeester heeft toegezegd dat verzoeker spullen kan ophalen, waardoor ook dat bezwaar niet tot toewijzing leidt.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat deze voorlopige uitspraak geen bindende kracht heeft in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens illegale prostitutie wordt afgewezen en de woning blijft gesloten.