ECLI:NL:RBMNE:2024:6298
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij beroep tegen niet-tijdig beslissen wegens ontbreken aanvraag
Eiser heeft op 9 oktober 2023 een verzoek ingediend bij het Openbaar Ministerie Limburg om zijn persoonsgegevens te noteren en hiervan een bevestiging te ontvangen. Nadat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist, stuurde eiser op 23 oktober 2023 een ingebrekestelling. Op 6 november 2023 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank heeft beoordeeld of het verzoek van eiser kwalificeert als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel definieert een aanvraag als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen, waarbij een besluit een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling betreft.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van eiser geen aanvraag is omdat er geen publiekrechtelijke grondslag bestaat die verweerder verplicht het verzoek te honoreren. Verweerder gebruikt de Basisregistratie Personen (BRP) voor persoonsgegevens. Hierdoor is verweerder niet gehouden tot het nemen van een besluit zoals bedoeld in de Awb, en is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Als gevolg hiervan verklaart de rechtbank zich onbevoegd en wordt het door eiser betaalde griffierecht teruggestort. Een proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat het verzoek geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3 Awb.