Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte [2] van 11 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [3] van 13 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [4] van 12 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuige [5] van 11 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [6] van 21 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [7] van 12 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor verdachte [8] van 7 oktober 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [9] van 19 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 2 (twee) jaren;
2 (twee) jaren;
[slachtoffer] , geboren op [1929] te [geboorteplaats];
De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.De totale duur van de vervangende hechtenis
bedraagt ten hoogste 6 (zes) maanden;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 500,- bestaande uit een vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 11 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 500,- betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 11 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
parketnummer 21-000416-21