Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte [2] van 11 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [3] van 13 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuige [4] van 11 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
proces-verbaal van bevindingen [5] van 12 februari 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 november 2024;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 11 februari 2024.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 2 (twee) jaren;
een gedeelte van 1 (één) jaar niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179 te ‘s-Gravenhage. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- actief deelneemt aan de gedragsinterventie COVA+ of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleiding;
- verblijft in [instelling] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
- op geen enkele wijze – direct of indirect- contact heeft of zoekt met de medeverdachten ( [medeverdachte 1] , [2003] te [geboorteplaats] en [medeverdachte 2] , [2000] te [geboorteplaats] ) en het slachtoffer ( [slachtoffer] , [1929] te [geboorteplaats] );
- zich niet in de gemeente Hilversum bevindt, zolang de reclassering dit verbod nodig vindt;
- zich inspant zich voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
Beslag
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 500,- bestaande uit een vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 11 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 500,- betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 11 februari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.