Eisers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen de minister van Infrastructuur en Waterstaat vanwege een ontheffing voor een ligplaats van een cruiseschip dat tijdelijk vluchtelingen opvangt. De ontheffing was verleend aan de gemeente Nieuwegein en niet aan het COA, wat volgens eisers een overtreding oplevert. De minister wees het verzoek af, waarna eisers beroep instelden.
De rechtbank oordeelt dat eisers geen procesbelang meer hebben omdat het schip al vertrokken is en een algeheel gevoel van onbehagen onvoldoende is om immateriële schade aan te tonen. Hierdoor is het beroep tegen het handhavingsverzoek niet-ontvankelijk.
Daarnaast is er een geschil over de hoogte van de dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Eisers stelden dat de termijn doorloopt tot de latere wijziging van het besluit, maar de rechtbank oordeelt dat de dwangsom stopt bij het eerste besluit. Het beroep tegen de dwangsom is daarom ongegrond.