De zaak betreft een geschil over de hoogte van het loon van eiser na de overgang van een horecabedrijf van zijn vader naar gedaagde. Eiser was operationeel directeur en vordert betaling van achterstallig loon en vakantiegeld, vermeerderd met wettelijke rente en verhoging.
Gedaagde betwist de rechtsgeldigheid van de loonafspraken, stelt dat deze niet marktconform zijn en dat eiser onrechtmatig heeft gehandeld door niet alle informatie tijdens de overname te delen. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van overgang van onderneming en dat het laatst overeengekomen loon € 7.290 bruto per maand is, ondanks onduidelijkheid over latere addenda.
De kantonrechter oordeelt dat eiser recht heeft op betaling van het verschil tussen dit loon en het door gedaagde betaalde lagere loon, met inachtneming van de cao-bepalingen over loondoorbetaling bij ziekte. De vordering tot betaling van een bruto/netto specificatie wordt toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.