Uitspraak
De procedure
Het bezwaar
Het standpunt van de officier van justitie
Het oordeel van de politierechter
De beslissing
gegrond;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Veroordeelde was op grond van een vonnis van oktober 2023 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 80 uur, met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving. Reclassering meldde in april 2024 dat de taakstraf niet naar behoren was uitgevoerd. Het Openbaar Ministerie stelde daarop een omzettingsbeslissing op 13 augustus 2024 op om de taakstraf om te zetten in vervangende hechtenis, maar deze was niet ondertekend door een officier van justitie.
Veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzettingsbeslissing, dat tijdig werd ingediend en behandeld op 15 november 2024. De officier van justitie stelde dat een later alsnog ondertekende omzettingsbeslissing rechtsgeldig was en vroeg om niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. De politierechter oordeelde echter dat de oorspronkelijke omzettingsbeslissing niet rechtsgeldig was omdat deze niet door een officier van justitie was ondertekend, en dat deze niet op eigen initiatief door een latere beslissing kon worden vervangen.
Daarom verklaarde de politierechter het bezwaar gegrond en bepaalde dat veroordeelde nog 64,5 uur taakstraf moet verrichten binnen negen maanden, met een vervangende hechtenis van 32 dagen bij niet-naleving. De eerdere omzettingsbeslissing werd ambtshalve vernietigd vanwege het ontbreken van rechtsgeldigheid.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de ongeldige omzettingsbeslissing wordt gegrond verklaard en veroordeelde moet de resterende taakstraf van 64,5 uur binnen negen maanden voltooien, met 32 dagen vervangende hechtenis bij niet-naleving.