ECLI:NL:RBMNE:2024:6448
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verlenging vaarbevoegdheidsbewijs
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlenging van zijn vaarbevoegdheidsbewijs ingediend, welke door de Inspectie Leefomgeving en Transport op 15 februari 2024 werd afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar op 19 juni 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld en een voorlopige voorziening verzocht bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, aangezien verzoeker in afwachting van de beroepsprocedure gebruik kan maken van vaarbevoegdheidsbewijzen voor lagere functies om zijn gezin financieel te onderhouden. Er is geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie zoals faillissement.
Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig. Verzoeker beschikt niet over twee vereiste certificaten zoals voorgeschreven in artikel 28e van het Besluit zeevarenden, wat een geldige grond is voor afwijzing. De argumenten van verzoeker worden in de beroepsprocedure verder onderzocht.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 20 november 2024 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat het besluit niet evident onrechtmatig is.