Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 22
- de mondelinge behandeling van 14 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van de gemachtigde van [eiseres] .
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres was sinds september 2023 werkzaam bij gedaagde en meldde zich in januari 2024 ziek. Gedaagde kondigde in juni 2024 aan de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Na advies van de bedrijfsarts werd eiseres geacht passende werkzaamheden te hervatten op een andere locatie met een langere reistijd van 3,5 uur per dag. Eiseres weigerde deze reistijd te accepteren en verscheen niet op de locatie, waarna gedaagde het loon stopzette op grond van niet meewerken aan re-integratie.
Eiseres vorderde betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, niet-genoten verlofuren, kosten deskundigenoordeel, incassokosten en proceskosten. Gedaagde voerde verweer en betwistte de vorderingen.
De kantonrechter oordeelde dat uit het bedrijfsartsadvies en het deskundigenoordeel van het UWV niet blijkt dat de langere reistijd passend is. De loonstop was daarom onterecht. De vordering tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, kosten deskundigenoordeel en incassokosten werd toegewezen. De vordering tot betaling van niet-genoten verlofuren werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en verstrekking van bruto/netto-specificaties binnen veertien dagen onder dwangsom.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en bijkomende kosten wegens onterechte loonstop tijdens arbeidsongeschiktheid.