ECLI:NL:RBMNE:2024:6469
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verlenging algemene voorziening huishoudelijke hulp ondanks voldoende onderzoek
Eiser ontving van september 2019 tot december 2022 algemene huishoudelijke hulp op grond van de Wmo. Na een aanvraag tot verlenging weigerde het college dit vanwege de inkomensgrens, waarna eiser bezwaar en beroep instelde.
Tijdens de procedure verleende het college alsnog toegang tot de voorziening, waarmee het eerste besluit feitelijk werd vervangen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en behandelde het beroep tegen de vervangende besluiten.
Eiser stelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn specifieke behoeften, mede gelet op zijn leeftijd, fysieke toestand en bijzondere omstandigheden. Het college stelde dat uitvoeringsorganisatie Lariks een gesprek had gevoerd en een plan van aanpak had opgesteld waaruit bleek dat twee uur hulp voldoende was.
De rechtbank oordeelde dat het college conform de beleidsregels voldoende onderzoek had gedaan en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de algemene voorziening onvoldoende was. Ook had eiser geen maatwerkvoorziening aangevraagd. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht omdat eiser pas na beroep weer toegang kreeg.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en tegen de opvolgende besluiten ongegrond verklaard; het college moet proceskosten en griffierecht vergoeden.